Beethovenserie > 3e concert

Zaterdag 15 februari 2020

Tot onze grote vreugde was dit concert nog beter bezocht dan de vorige twee, mogelijk door een interview dat ik ’s ochtends had gegeven op Klokradio, de plaatselijke radiozender.

Dit programma bestond uit drie sonates die elk zijn geschreven aan het eind van een belangrijke periode in de muziekhistorie: Bach als bekroning van de de barok, Beethoven met zijn nog klassieke sonate opus 69 en tot slot kwam de late romantiek tot leven in Rachmaninoffs cellosonate.

De derde sonate die Bach schreef voor viola da gamba en klavecimbel, hier uiteraard uitgevoerd op cello en piano, doet sterk denken aan met name zijn feestelijke derde Brandenburgse Concert.

In Beethovens derde sonate voor piano en cello klink de lieflijke sfeer door van zijn zesde symfonie (Pastorale), die in dezelfde tijd ontstond. Na de openingsmaten van de cello volgt een spirituele dialoog tussen beide instrumenten. Het tweede deel is een grillig scherzo vol tegendraadse ritmiek. Het korte, bijna Mozartiaanse adagio leidt de stralende finale in, allegro vivace, een feest van gracieuze en bloemrijke virtuositeit.

De cellosonate van Rachmaninoff heeft alle kwaliteiten die de componist zo typeren: weemoedige melodieën, eindeloos als de eeuwig zingende bossen van Rusland, weelderige harmonieën én hartstochtelijke uitbarstingen. In het eerste deel wisselen levenslust en berusting elkaar af; het tweede draait om nervositeit en melancholie. Het andante is een en al smachtende expressie en de sonate wordt besloten met een uitbundig allegro.